Week 41: Wie bepaalt wat er naar buiten gaat
Deze week legde ik vast wie bij mijn podcast welke tekst nakijkt, en merkte ik dat ik ook zelf scherper moest zijn in wat ik van Claude vraag.
Steeds meer tekst rond mijn podcast schrijft een AI: beschrijvingen, berichten, zelfs de gesproken introductie. Deze week stond één vraag centraal: wie bepaalt eigenlijk wat daarvan naar buiten gaat? Het antwoord bleek twee kanten te hebben. Ik moest vastleggen wie wat nakijkt, en ik moest ook scherper worden in hoe ik zelf opdrachten geef.
Praat tegen me als een product owner
Het begon met een correctie aan mezelf. Claude legde me een reeks keuzes voor, en ik merkte dat ik niet wist hoe ik ze moest beoordelen. Dat zei ik ook: “Je legt me keuzes voor waarbij ik geen idee heb hoe ik de keuze moet maken.” Een paar berichten later werd ik concreter: “Praat tegen me als een product owner.”
Wat ik bedoelde: vertel me wat er voor bezoekers verandert en wat er mis kan gaan, en zeg erbij wat jij zou kiezen. Het mechanisme erachter mag als bijzin. Sindsdien krijg ik keuzes in die vorm. Dat werkt beter, maar het liet me ook iets zien. Ik had Claude niet verteld in welke rol ik de keuze wilde nemen. Dat kon het niet raden. Hoe duidelijker ik aangeef wie ik in dat gesprek ben, hoe bruikbaarder het antwoord.
Wie keurt wat goed?
Daar sloot een andere klus bij aan. Ik legde vast wie in mijn podcastproductie welke tekst controleert voordat die naar buiten gaat. Ik kijk de berichten en beschrijvingen na, het marketingteam het interview. Ook staat erin dat de gesproken intro een standaardstem gebruikt en geen nagemaakte stem van iemand, en waar de grenzen liggen voor de tools die een gesprek analyseren of een gastpitch beoordelen. Ze mogen niets afleiden over emoties en niemand automatisch afwijzen.
Ik schreef het op als verantwoording achteraf. De werkwijze bestond al, maar stond nergens. In het document zelf staat daarom dat het een reconstructie is, zodat niemand denkt dat ik toen al alle alternatieven had afgewogen. Het beviel me dat Claude het voorstel deed en ik de status bepaalde. Het document bleef op “voorgesteld” staan tot ik zelf zei dat het geaccepteerd mocht worden.
Eén idee liet ik er bewust buiten: een technische afdwinging die controleert of iemand iets heeft nagekeken. Claude stelde het voor, en het klonk logisch. Maar ik wilde eerst de afspraak op papier zien voordat een systeem hem gaat bewaken. Een regel die niemand heeft gelezen, hoeft nog niet bewaakt te worden.
Een aflevering van stellingen
Aan het eind van de week maakte ik een aflevering waarin negen mensen reageren op stellingen uit het kaartspel dat ik met collega’s maakte. Claude schreef de transcripties uit, bepaalde de knippunten en liet met een stem van ElevenLabs de introducties inspreken. Daarmee werd de redactieafspraak van eerder in de week meteen praktijk: ik bleef de baas over toon en volgorde, Claude deed het zware werk.
De eerste versies van de introducties waren opsommingen van functies en organisaties. Mijn reactie was kort: dit is toch geen introductie? Het kostte drie rondes, met een eigen voorbeeldzin als kompas, voor de toon klopte: kort, feitelijk en met wisselende zinsbouw. Opsommingen klonken als een cv, nieuwsgierig makende teasers als een reclameblok. Ik schrapte een passage over iemand die er niet bij was, koos bij twee versies van dezelfde uitleg de duidelijkste en liet de hele opening door de standaardstem uitspreken, omdat ik zelf op de conferentie zat.
Het lastigste bleek dat de tekst alleen niet vertelt wie er praat. Dat kon Claude niet zien, dus dat moest ik gewoon beluisteren. Daarna schreef ik de werkwijze op in negen stappen, zodat een collega hetzelfde kan doen voor een beurs.
Het patroon
Bij alle drie de klussen kwam het neer op hetzelfde: Claude kan veel, maar weet niet welke rol ik inneem en waar mijn grens ligt. Dat moet ik zeggen. Ik wil impact en risico horen, zoals een product owner dat doet. Ik bepaal de toon, ook wanneer tekst en stem van een machine komen. En ik leg vast wie wat nakijkt, voordat ik iets laat afdwingen.
Wat me bijblijft: een AI vraagt zelden om duidelijke grenzen, maar werkt er zichtbaar beter mee. Hoe preciezer ik zeg wie ik ben en wat ik zelf wil houden, hoe minder ik hoef te corrigeren.
Deze blog is geschreven met behulp van AI, op basis van mijn chats uit deze week in combinatie met mijn journal.