Week 6: Als je controle afstaat bij je eigen projecten
Automatisering werkt, maar bij pet projects waar je emotioneel aan gehecht bent voelt loslaten anders.
Donderdag draaide de publicatieroutine weer. Episode live, social posts gepland, stats geüpdatet. Het werkte zoals het hoort te werken. Maar toen ik de LinkedIn draft zag - keurig geformatteerd, pakkende opening, correcte links - realiseerde ik me dat ik er niet eens naar had gekeken voordat ik op “post” drukte.
Het is mijn content. Mijn podcast. Mijn naam eronder. Maar de woorden? Die koos een skill.
Die spanning komt deze week vaker terug.
Zaterdag: vooruit en terug tegelijk
Zaterdagen hebben een dubbele functie gekregen. Twee taken die normaliter niet samen komen: topic scouting voor volgende week én top 5 van afgelopen maand.
De podcast-topic-scout agent scande trending AI-nieuws. Vijf topics, maar de top pick was duidelijk: Chrome-extensies die ChatGPT gesprekken stelen. 900.000 gebruikers getroffen. Perfect voor een korte donderdagaflevering.
Door op zaterdag al te scouten heb je drie dagen om het onderwerp te laten bezinken. Geen last-minute stress. Je kunt bijsturen als er nieuwe ontwikkelingen zijn.
Tegelijk draaide het top_episodes script. De 5 meest beluisterde episodes van januari. Allemaal januari episodes, inclusief de nieuwste. Dat laat zien dat mensen niet weken wachten voordat ze luisteren. Nieuwe content heeft directe impact.
Wat opvalt aan die twee taken samen: vooruitkijken (wat komt eraan?) en terugkijken (wat werkte het beste?). Beide geven context. Je plant niet blind, en je viert niet zonder data.
Zondag: low-code is niet no-risk
De OWASP Agentic Auditor kreeg ondersteuning voor low-code platforms zoals Copilot Studio en Power Automate. Die tools worden populairder, maar ze brengen nieuwe security risks mee. Workflows als XML bestanden, vol met security-relevante informatie: API calls, credentials, permissions.
Het toevoegen van de --low-code flag was een oefening in backwards compatibility. Bestaande functionaliteit mocht niet breken. Auto-detectie van platform type op basis van XML content. 10 nieuwe unit tests en 1 CLI integratietest.
Wat ik leerde: low-code betekent niet no-risk. Het verschuift risks naar andere plekken. Minder code betekent niet minder attack surface, het betekent dat je anders moet kijken naar waar kwetsbaarheden zitten.
Dinsdag: versies die niet kloppen
Aisha - de AI-gestuurde podcast-assistent - kreeg een audio persistence feature. Vragen uit de podcast opslaan als MP3 bestanden met timestamps.
Simpel, totdat versies niet meer klopten. pyproject.toml stond op v0.4.0, maar de app toonde v0.3.2. Cache-management in development is complexer dan je denkt. Python processen volledig herstarten. Oude imports flushen. Zorgen dat uvicorn de juiste versie laadt.
Maar dat was niet het enige probleem. Er bleek een disconnect tussen episode loading en state management. De episode werd geladen, maar de context werd niet doorgegeven aan de save-functionaliteit. API endpoints en state management moeten nauwkeurig op elkaar afgestemd zijn.
Systematisch debuggen was de oplossing. Logs analyseren, versie-detectie checken, stap-voor-stap mogelijke oorzaken uitsluiten. Niet gissen, maar methodisch elimineren.
Wat het met mij deed
Er zit iets dubbels in deze week. Aan de ene kant werken de systemen. Workflows draaien automatisch. Data komt binnen. Je ziet resultaat, je ziet impact. Maar aan de andere kant voelt het ook… afstandelijk.
Donderdag, toen de publicatieroutine draaide, realiseerde ik me dat ik niet meer naar de LinkedIn draft keek voordat ik op “post” drukte. De formatting klopte, de afbeelding paste erbij. Waarom zou ik het nog checken?
Maar dat voelt raar. Het is mijn content, mijn podcast, mijn naam eronder. Toch laat ik een skill de woorden kiezen.
Die spanning komt vaker terug. De urenstaat die automatisch wordt ingevuld - klopt het wel? De stats die automatisch worden geüpdatet - vertrouw ik de cijfers? De blog post die wekelijks wordt geschreven - is het wel mijn stem?
Wat ik leerde deze week is dat automatisering twee kanten heeft. Het geeft je tijd. Maar het vraagt ook vertrouwen. En dat vertrouwen moet je opbouwen. Niet blind aannemen dat het klopt, maar systematisch verifiëren. Logs lezen. Output checken. Begrijpen wat de skill doet, niet alleen wat het oplevert.
Dinsdag, tijdens de versiechaos met Aisha, merkte ik hoe moeilijk ik het vind om controle af te staan bij mijn eigen projecten. Pet projects waar ik emotioneel aan gehecht ben. Het voelt alsof ik iets verlies.
Maar misschien is dat juist het punt. Loslaten betekent niet dat je minder betrokken bent. Het betekent dat je op een andere manier betrokken bent. Niet in de details, maar in de richting.
Het patroon
Wat ik zie deze week is een verschuiving van doen naar dirigeren. Skills die taken uitvoeren, workflows die orchestreren, agents die beslissingen nemen. Mijn rol verandert van uitvoerder naar regisseur.
Dat vraagt een ander type vaardigheid. Niet programmeren in de klassieke zin, maar ontwerpen van interacties. Welke skill roept welke skill aan? Waar ligt de grens tussen automatisch en handmatig? Wanneer trust ik de output, wanneer verifieer ik?
Die vragen zijn belangrijker dan de code zelf. Want de tools worden steeds capabeler. Skills worden steeds slimmer. Maar de vraag blijft: wie stuurt, en hoe behoud je grip zonder controlefreak te worden?
Dat is de uitdaging van week 6. En waarschijnlijk van alle weken hierna.